Der Zigeunerbaron

Operette: Der Ziguenerbaron
Componist: Johann Strauss Jr. (Wikipedia)
Premiere: 24 oktober 1885, Theater an der Wien in Wenen
Tekst: Ignaz Schnitzer
Onze opvoeringen:15 en 16 mei 2004 in het Stadstheater Zoetermeer

(deel van de) Cast van Der Zigeunerbaron

Deze foto's zijn gemaakt door ARDITO.
Deze "voorstelling" toont verkleinde versies daarvan. Dit vanwege de omvang van de foto's
Een serie foto's van de voorstelling © Ardito


Inhoud

Eerste akte

We zijn in een moerassig gebied in de Banaat, waar niemand anders woont dan een troep zigeuners en een varkensfokker. Het is vroeg in de ochtend. Een oude zigeunerin bespot een jongmens, een zekere Ottokar, die dagelijks vergeefs op zoek is naar een schat die de vroegere landheer samen met een Turkse pasja in dit gebied schijnt te hebben verborgen. Na een woordenwisseling verdwijnen beiden. Enkele boten naderen. De jonge Hongaarse balling Sándor Barinkay heeft de hele wereld afgereisd en de wonderlijkst beroepen uitgeoefend. Dankzij de provincie-gouverneur graaf Peter Homonay, die in het tweede bedrijf ten tonele verschijnt, hebben de verdreven Hongaren amnestie verkregen. Nu komt Barinkay zijn rechtmatige eigendommen weer in bezit nemen. Het blijkt dat zijn land grotendeels onder water staat en het voorvaderlijk kasteel is tot een ruïne vervallen. Barinkay wordt vergezeld door een commissaris des konings, ene graaf Carnero, die tevens vice-voorzitter van een geheime zedencommissie is. Graaf Carnero weet te vertellen dat de nabij wonende Kálmán Zsupán, een rijke varkensfokker, heel wat land van Barinkay heeft ingepalmd. Er zijn twee getuigen nodig om het document te ondertekenen dat Barinkay officieel in zijn rechten herstelt. De oude zigeunerin met wie we al kennis hebben gemaakt: Czipra; zij woont met haar dochter Saffi in een armoedige hut en buurman Zsupán, een domme, vulgaire dikzak. Czipra herkent Barinkay tot haar vreugde, en leest hem de hand, zij voorspelt hem een bruid; na de huwelijksnacht zal deze bruid hem de weg naar rijkdom wijzen. Ook graaf Carnero voorspelt zij de toekomst: hij zal iets diks en iets duns terugvinden. Als Zsupán verneemt dat Barinkay misschien tegen hem zal gaan procederen over de ingepalmde gronden, komt hij op de gedachte zijn dochter Arsena aan zijn nieuwe buurman te koppelen. Hij laat haar roepen. Ze verschijnt gesluierd, in het gezelschap van de gezette gouvernante Mirabella die met haar magere zoon, Ottokar op de boerderij van Zsupán woont. De tweede voorspelling van Czipra komt terstond uit: graaf Carnero vindt in Mirabella en Ottokar zijn in de slag bij Belgrado zoekgeraakte echtgenote en zoon terug, niet geheel tot zijn genoegen. Zsupáns dochter Arsena is heimelijk verliefd op Ottokar. Zij voelt daarom niets voor een verbintenis met Barinkay. Na de nodige plichtplegingen, waarop graaf Carnero met zijn manie voor de goede zeden nauwlettend toe ziet, wordt Arsena ontsluierd. Barinkay is onder de indruk van haar schoonheid en vraagt om haar hand. Hooghartig deelt zij hem echter mee dat haar toekomstige echtgenoot op zijn minst baron moet zijn. Nu leert Barinkay de oude Czipra en haar mooie dochter Saffi beter kennen. Zij erkennen hem als hun nieuwe heer en willen hem de weg wijzen naar zijn vervallen slot. Onderweg zijn zij getuige van een heimelijke ontmoeting tussen Arsena en Ottokar; de laatste geeft aan zijn geliefde een medaillon met zijn portret erin. Het wordt avond. De zigeuners keren terug van de markt in het naburige dorp. Czipra maakt hen duidelijk dat Barinkay hun wettige heer is, en hij wordt gehuldigd als wojwode, een soort van baronnen-titel bij de zigeuners. Barinkay laat nu aankloppen bij het huis van Zsupán. Hij laat weten dat hij het inmiddels tot baron heeft gebracht. Zsupán en zijn aanhang vinden zigeuners een minderwaardig volk dus ook op een zigeunerbaron zien zij neer. Hierop deelt Barinkay mee niet met Arsena maar met het zigeunermeisje Saffi te zullen trouwen. Saffi meent dat met haar gespot wordt, maar Barinkay verzekert haar van zijn oprechte gevoelens. De Zsupángroep beschouwt de gang van zaken als een belediging. Een scheldpartij tussen de zigeuners en de Zsupán-aanhang is het gevolg. Voor er een vechtpartij ontstaat wordt Barinkay door de zigeuners op de schouders genomen en in triomf afgevoerd. Saffi en Czipra volgen hem.

Tweede akte

De volgende ochtend. Bij de ruïne van Barinkays slot slapen Czipra, Saffi en Barinkay. Tussen Saffi en Barinkay is oprechte liefde opgebloeid. Czipra verheugt zich daarover. Saffi is in een droom door de geest van Barinkays vader de plek aangewezen waar zich de schat bevindt. Hoewel Barinkay het droombeeld niet serieus neemt, gaat hij toch op dringend verzoek van Czipra en Saffi op zoek. Plotseling ontdekt hij de schat. De eerste voorspelling van Czipra is ook uitgekomen. Nu verschijnen de zigeuners, klaar om aan het werk te gaan. Barinkay wordt uitgenodigd de mijn van de zigeuners te bezichtigen, samen met Czipra en Saffi. Als zij terugkeren, stuiten zij op Zsupán en zijn gevolg. Deze zijn op weg naar de stad, maar de karren en rijtuigen zijn in de modder blijven steken. Ook zijn in de verwarring twee zakken geld gestolen. Zsupán verdenkt de zigeuners van deze diefstal, ten onrechte. De bekrompen graaf Carnero, die zich ook in Zsupáns gevolg bevindt, uit kritiek op het gedrag van Barinkay. Zijn omgang in vrije liefde met het zigeunermeisje Saffi is in strijd met de goede zeden. In een (beroemd) duet bezingen Saffi en Barinkay de schoonheid der vrije liefde. Intussen hebben Arsena en Ottokar een paar oude gouden munten gevonden. Barinkay toont allen de door hem gevonden schat. Ottokar verbijt zich. Overal heeft hij gezocht, behalve daar. Graaf Peter Homonay verschijnt ten tonele, met een groot gevolg van voetvolk, huzaren en marketentsters. Hij is soldaten aan het ronselen voor de oorlog tegen Spanje. Door hun onhandigheid worden ook Ottokar en Zsupán bij het leger ingelijfd. Barinkay schenkt de goudschat aan zijn vaderland, ter bekostiging van de oorlog. Graaf Carnero probeert nog Barinkay bij graaf Peter zwart te maken, wegens diens omgang met Saffi, maar de Libertijnse provincie-gouverneur kan niets slechts in deze liefde zien en zet Carnero op zijn plaats. Hierop ontstaat een heftige woordenstrijd tussen de zigeuners en de aanhangers van de zwijnenvorst. Czipra kan de beledigingen door de Zsupángroep niet langer afhoren en komt met een verbijsterende onthulling. Het meisje Saffi, van oudsher beschouwd als haar dochter, is in werkelijkheid het kind van de laatste Turkse pasja in Hongarije. Zij overhandigt als bewijs aan graaf Homonay een document dat zij al die jaren bij zich heeft gedragen. Het meisje dat zojuist nog de grofste beledigingen heeft moeten slikken, blijkt alle anderen ver in rang en stand te overtreffen. In opperste staat van geluk wil Saffi Balinkay omarmen, maar hij weert haar af. Hij acht zich haar nu niet meer waardig. Hij had zich willen binden aan een arm zigeunerkind en niet aan een prinses. Ondanks de smeekbeden van Saffi en Czipra meldt hij zich aan voor het leger. Ten slotte eerbiedigt Saffi zijn besluit. Het gehele gezelschap vertrekt naar Wenen en zingt op deze stad een loflied, doorspekt met de jammerklachten van Carnero, die zich gekleineerd acht, en van Ottokar en Zsupán, die zich geheel tegen hun zin in het leger zien ingelijfd.

Derde akte

Twee jaar later, in Wenen. Het volk viert uitbundig het einde van de oorlog. De Spanjaarden zijn verslagen. In spanning wachten graaf Carnero, Mirabella en Arsena op het terugkerende leger. Zouden Zsupán en Ottokar nog leven? Er komt een bericht voor graaf Carnero. Hij hoopt op een onderscheiding, maar het blijkt dat zijn geliefde zedencommissie is opgeheven. Terwijl hij daarover staat te lamenteren, wordt de komst van het triomferende leger aangekondigd. Als eerste verschijnt Zsupán, Hij wordt begroet door Mirabella en Carnero en omhelsd door zijn dochter Arsena. Desgevraagd verhaalt hij omstandig van zijn avonturen, die niet zo heldhaftig zijn als hij wil doen voorkomen, in tegendeel. Uit zijn relaas blijkt eerder dat Barinkay met zijn zigeunerbataljon ware heldendaden heeft verricht, en dat Barinkay Zsupán zelfs het leven heeft gered. Dan verschijnt het grote leger, Ottokar en Barinkay voorop. Graaf Peter Homonay deelt Barinkay mee dat hij een drievoudige beloning zal ontvangen. Ten eerst krijgt hij de gevonden goudschat terug en ten tweede wordt hij in de adelstand verheven: hij krijgt de titel van baron. Zsupán spitst zijn oren.. Nu kan zijn dochter dan toch eindelijk de gewenste baron aan de haak slaan. Maar Barinkay wijst op het medaillon dat zij draagt: daarin bevindt zich de beeltenis van Ottokar. Hierop wordt duidelijk waaruit het derde deel van de beloning van Barinkay bestaat: uit de verte klinkt het gezang van Saffi. Homonay begeleidt haar naar Barinkay en zij vallen elkaar in de armen. Terwijl Czipra het paar zegent, zingen allen de lof van de triomferende zigeunerbaron.